Door: Wouter Engler
Studenten moeten er heel wat voor over hebben om lid te worden van de Rotterdamse studentenvereniging Societas Studiosorum Reformatorum (S.S.R.). De novieten worden tijdens de zogenaamde Introductie Periode (IP) blootgesteld aan psychische druk, vernedering en pure intimidatie. Een undercover reportage van twee dagen ontgroeningsterreur in Rotterdam en Tilburg: ‘Vuile kankerfeut! Wat kijk je nou! Lopen klotefeut, lopen!’
Lid worden van de S.S.R.-Rotterdam is volgens praeses Laurens Korevaar tijdens de Eurekaweek ‘écht iets speciaals’. Het is daarom noodzakelijk om een zogenaamde IP te ondergaan. Ook wel bekend als ontgroening. ‘Maar maak je geen zorgen’, verzekert de betrekkelijk jonge krullebol in zijn zwarte pak tegenover de geïnteresseerde eerstejaars, ‘deze vereniging staat bekend als immer gezellig en sociaal’.
Dat de waarheid net even anders ligt voor de novieten, wordt wel duidelijk tijdens de IP. Al bij binnenkomst van de sociëteit ‘Koinoonia’ worden de meegenomen lunchpakketten en sigaretten ingepikt door de ontgroeningscommissie, oftewel de noviciaatscommissie. Enkele novieten steken hun verontwaardiging niet onder stoelen of banken. ‘Politesse!’ (Frans vrij vertaald voor respect), schreeuwt een Aziatisch ogend noviciaatscommissielid in een zwart pak vanaf het podium.
‘Jullie minderwaardige shit-feuten moeten nu je witte t-shirt aandoen en in de kleermakerszit gaan zitten!’ Ondertussen krijgt iedere kersverse noviet een speciaal nummer op zijn shirt. Met een sigaret in zijn hand gaat de Aziaat verder met zijn gecommandeer: ‘Jullie zielige en minderwaardige klotefeuten spreken mij alleen maar aan met meneer Janssen! En die man daar dat is mijn collega Meneer Dikman! Begrepen?’
‘Ja meneer Janssen’ klinkt het in koor. Maar Janssen is allerminst tevreden. We worden door middel van luid geschreeuw geacht liedjes te zingen in de meest absurde houdingen. Tevens leren we een achterlijk dansje. Geen moment krijgen de novieten rust. Na een aantal uren worden we vervolgens naar een tweetal toerbussen gedirigeerd. Dikman en Janssen stinken naar de alcohol.
Ze verzoeken de chauffeur uitdrukkelijk om onderweg geen liedjes te draaien. Hoewel we in eerste aanleg niet te horen hadden gekregen waar de reis precies naartoe ging, wordt al gauw duidelijk dat we in het Noord-Brabantse Tilburg de komende dagen zullen vertoeven. Praten is uitdrukkelijk verboden. ‘Jullie klotefeuten gaan nu pas echt ontgroend worden!’ Zegt Janssen op haatdragende toon.
Wanneer de bus stopt, krijgen de kersverse feuten eveneens te horen niemand meer aan te kijken. Vervolgens marcheren we zij aan zij onder luid geschreeuw richting een bebost gebied tussen diverse weilanden. Vanuit mijn ooghoeken lees ik nog net de naam ‘De boei’. Op een open grasveld in de bossen worden de aspirant-leden gekeurd door een lid van de noviciaatscommissie.
Zijn gezicht zie ik niet, maar hij draagt legerkisten, een militaire broek waar een zwaard aan vastgegespt zit. Ik kan nauwelijks mijn nieuwsgierigheid bedwingen en kijk achter me. Ik zie een groot podium waarop 5 noviciaatscommissieleden in militaire outfits staan. Ze hebben allemaal een zonnebril op en een biertje in hun hand. Voor hen liggen er een aantal megafoons.
‘Vuile kankerfeut! Wat kijk je nou!’ Schreeuwt een noviciaatscommissielid in mijn oor. ‘Tien keer opdrukken! Nu! Meteen!’ De jongeman naast me waagt het om te kijken. Hij wordt aan zijn oorlel naar voren getrokken om tegenover alle novieten te verklaren dat hij ‘een minderwaardige klotefeut’ is. Dan introduceren Meneer Cantoor en mevrouw Cantoorix zich. Door de megafoon brullen ze op dreigende toon of hier ‘Godverdomme een tel-feut is’. Niemand van de groep reageert. Iedereen staart naar het gras, keurig in de huiding. ‘Jullie moeten allemaal je vingers opsteken stelletje teringkneuzen! Iedereen is hier vrijwilliger! Godverdegodver!’ Meteen gaan alle vingers omhoog.
Nummer 1 wordt dan door mevrouw Cantoorix uit de groep gehaald wordt. ‘Jij bent vanaf nu de tel-feut! Smerige hoer!’ Na het aftellen, wat het meisje wel zo’n acht keer over moet doen, zingen we het lied ‘Ik heb u lief Rotterdam’. Wat we overigens al twintig keer hadden moeten zingen in de sociëteit. Op dit moment hebben nog geen water gehad.
Wel worden sommige novieten bang gemaakt door noviciaatscommissieleden die met golfclubs golfballetjes in onze richting proberen te slaan. Tevens maken ze schijnbewegingen met de clubs, alsof ze bepaalde novieten ermee de hersens in willen slaan. Novieten die kijken worden vervolgens tegen de grond gedrukt en krijgen opdracht te ‘tijgeren’. Wat eigenlijk inhoudt je op handen en voeten voort te bewegen.
Ook ik moet van een vrouwelijk noviciaatslid genaamd Domina met mijn handen en voeten het hele grasveld doorploegen. Ze draagt lakleren laarzen. ‘Jij bent een lul! Een stomme kankerlul!’ Krijst ze door de megafoon. Ze pakt me bij mijn nek vast om me te dwingen richting de ‘Tijgerbaan’. Ik moet op mijn buik door de modder een speciaal parcours afleggen, afgezet met rood-witte linten.
Aan het eind krijg ik diverse malen een emmer met water over me heen gekieperd. Met mijn modderige kleding word ik vervolgens opgejaagd door een tweetal novitiaatsleden. ‘Hobbelen! Hobbelen! Hobbelen!’ Schreeuwen ze op sadistische toon door hun megafoons. Snel ren ik naar de andere novieten, waarvan het merendeel nog steeds naar de grond staart.
Ruim een uur lang moeten we nu gehurkt allerlei stompzinnige liedjes zingen. Hierna mogen we in de bossen, onder toezicht van onze kwelgeesten, onze behoefte doen. Een jongen die nodig moet drukken en vraagt om een wc-rol, krijgt deze niet. In plaats daarvan wordt hij op agressieve wijze door twee noviciaatscommissieleden naar de tijgerbaan gejaagd.
Maar de terreur was nog niet op zijn eind, integendeel. Het avondeten is zo vies, dat je nauwelijks kan spreken van goede voeding. Op plastic bordjes krijgen we kruidnagel, gemixt met pasta, aardappelen en rauw vlees. Sommige bordjes zitten vol spuug. Hoewel we deze keer wel wat water krijgen, mag niemand rechtop eten. De ontgroeners aankijken is nog steeds verboden.
Vervolgens moeten we letterlijk met onze kinnen en handen op tafel de gore troep naar binnen werken. Ik eet niets, al probeert jongen schuin van mij wat van dit bederfelijke allegaartje. Hij lijkt bijna te kokhalzen, maar weet het toch nog net binnen te houden. Waar hij echter niet op gerekend heeft is dat de noviciaatsleden met de verzonnen namen Lord Magister en Meneer de Notaris hem plotseling meenemen. Besmeurd komt hij terug, de modder druipt van zijn gezicht.
Hierna worden we onder luid gebrul en toeters de tent ingedrukt. De novieten moeten op de tast hun slaapplek inrichten omdat de tent van binnen aardedonker is. Niemand had zich na deze dag van ontgroeningsterreur mogen wassen, laat staan tanden poetsen. Niemand kon schone kleren aan doen, omdat op de slaapzak na, vrijwel alle bagage eerder op de dag was ingenomen.
Na amper vijf uur slaap, worden we met veel kabaal gewekt. ‘Lopen vuile smerige klotefeuten!’ Commandeert een lid van de noviciaatscommissie met een zonnebril op en een biertje in zijn hand. Uur na uur moeten we weer liedjes ten gehore brengen op het grasveld. Aankijken wordt direct bestraft met de beruchte tijgerbaan.
Wat later op deze tweede dag van deze Introductie Periode krijgt iedereen een geel t-shirt waarop ‘Puist’ in dikke zwarte letters staat gedrukt. Daarbij wordt een rood-wit lint gegeven waar een washandje en een stuk zeep vastzitten. ‘De bedoeling is dat jullie dit om je nek hangen!’ Schreeuwt een ontgroener. Braaf volgt de groep het bevel op.
Tussendoor krijgen we een bekertje water. Gulzig klokken de dorstige novieten het naar binnen. Vervolgens worden we geacht te marcheren richting de tenten. We mogen niet praten met elkaar en kijken nog steeds naar beneden. Van de noviciaatscommissie krijgt iedereen zijn meegenomen zwemkleding aangereikt. Dan worden we de tent in gedirigeerd. Meneer de Notaris: ‘Aandoen en meteen weer naar buiten, tering feuten!’
Een paar minuten later. Moeizaam loopt iedereen in zijn zwemkleding naar buiten. Onder luid geschreeuw moeten de meisjes en de jongens aparte rijen vormen. Ik kijk op en zie een novitiaatslid met een baard in een militaire outfit met een brandspuit in zijn hand. Hij haalt de hendel over en spuit de jongens naast me kleddernat. Dan worden we weer onder luid geschreeuw en toeters onze tent ingejaagd.
Wanneer we eenmaal de kans hebben gehad om ons ergens aan af te drogen, gaan we eindelijk eten. We waren nu voor de ontgroeners puist, maar ik had wel door dit allesbehalve een promotie betekende. Een enkeling moet, met een megafoon naast zijn oor, verplicht een boterham met marmite naar binnen werken. Met zijn kin op de tafel en zijn handen ernaast.
De anderen krijgen een bekertje water en in tegenstelling tot de gore hap van gisteren gelukkig een paar boterhammen met pindakaas. Voordat een noviciaatscommissielid het kan zien, bekijk ik tijdens het eten alle vermoeide, met modder besmeurde gezichten. Het meisje tegenover me huilt. Tranen biggelen over haar wangen. Zachtjes fluistert ze: ‘Wat zijn we eigenlijk voorgelogen door de S.S.R., wij allemaal.’
Hierna gaan we over tot het inmiddels welbekende ritueel van liedjes zingen, stilstaan en naar beneden kijken. Op een gegeven moment word ik uit de rij gehaald en apart genomen door Meneer de Praeses. ‘Je mag nu wel kijken hoor. Ik wil even met je praten. Loop je even mee?’ Ik knik en langzaam slof ik achter de boomlange ontgroener aan. We gaan zitten op een paar stoelen aan de rand van het bos.
‘Ik weet zeker dat jij hier undercover bent.’ zegt hij ineens stellig. Wij hebben je achtergrond gecheckt, wat op het internet gezocht en daaruit kwam naar voren dat jij journalist bent. Voor jou is de ontgroening met deze mededeling geëindigd.’ Ook de praeses Laurens Korevaar komt dan speciaal bij ons zitten. Hij zegt speciaal voor dit geval helemaal naar Tilburg te zijn gekomen.
‘Ik vertrouw geen journalisten en ik koester ook niet de hoop dat jij een artikel schrijft wat voor de vereniging profijtelijk is.’ zegt hij op haatdragende toon. Na dit zeer korte, maar krachtige gesprek word ik door de S.S.R.-leden die zich de ‘boodschappers van de praeses’ noemen met de auto naar station Tilburg gebracht. Na anderhalve dag ontgroeningsterreur.
Toch ben ik nieuwsgierig hoe het afloopt en kom in contact met de 19-jarige student wijsbegeerte Laurens. Hij vertelt over zijn veel leukere ontgroening van het Rotterdams Studenten Gezelschap (RSG). ‘Het was bij de RSG gewoon vooral een weekje feesten en lol maken. Het heet daarom ook bij ons de Kennis Makings Tijd (KMT). Bij de S.S.R.-Rotterdam daarentegen hebben ze het wel over een Introductie Periode, maar volgens mij worden die gasten daar vet ontgroend. Ook al ontkennen ze dit tegenover andere verenigingen.’
Laurens vervolgt op heftige toon: ‘Het gekke was dat toen alle verenigingen na de zogenaamde ontgroeningsperiode hier op de universiteitscampus terugkwamen, alleen de kersverse leden van S.S.R.-Rotterdam rondliepen in gele t-shirts met daarop ‘Puist’. Ik vond dat heel vreemd, omdat de nieuwste leden van alle andere verenigingen gewoon in hun doorsnee outfit bij elkaar zaten. Zo hadden onder meer de RSG-leden de welbekende rode t-shirts en het Rotterdams Studenten Corps (RSC) een jasje en dasje.’
Gedragscode voor ontgroeners
De Rotterdamse studentenvereniging Societas Studiosorum Reformatorum (S.S.R.) kwam al eerder slecht in het nieuws. Psychologie-student Dirk-Jan Bierenbroodspot doet in 2002 in een Algemeen Dagblad interview een boekje open over de ontgroeningsterreur van deze vereniging. Hij en andere novieten zouden namelijk zijn vernederd en geïntimideerd door een dronken noviciaatscommissie.
Naar aanleiding van soortgelijke verhalen in de media, waarvan een enkele met de dood tot gevolg (1997, Groningen red.), pleitte voormalig Minister van Onderwijs Jo Ritzen voor een vergaande algemeen geldende gedragscode waar alle Nederlandse studentenverenigingen zich tijdens het ontgroenen aan zouden moeten houden.
Maar officieel beleid voor alle Nederlandse studentenclubs is er nog steeds niet, alleen richtlijnen voor de 47 studentenverenigingen aangesloten bij de Landelijke Kamer van Verenigingen (LKvV). Deze richtlijnen zijn volgens LKvV-praeses Anna van Griethuysen: minimaal zes uur ononderbroken slaap per nacht en een verbod op alcohol.
Opvallend is dat de S.S.R.-Rotterdam nota bene als vooraanstaand lid van de LKvV zich niet aan deze zogenaamde LKvV-richtlijnen tijdens het ontgroenen houdt. Zo heb ik als noviet undercover een uur slaap tekort gehad en heb ik de meeste leden van de noviciaatscommissie veel bier zien drinken.
Reactie S.S.R.-Rotterdam
‘Eind augustus werden wij voor het eerst geconfronteerd met dit artikel. Destijds is hier de mededeling aan vastgeklampt dat dit in het Rotterdams Dagblad gepubliceerd zou worden. Na uitvoerig overleg met de redactie zijn ook zij tot de conclusie gekomen dat dit artikel berust op onwaarheden, subjectief en eenzijdig van aard is. De redactie heeft dit artikel dan ook niet geplaatst. Ons inziens spreekt het voor zich dat fysieke contacten en het gebruik van grove scheldwoorden allerminst bijdragen aan het belang van een noodzakelijke introductietijd. Als dergelijke zaken wel waren voorgekomen, zoals dit artikel doet vermoeden, hadden wij intern actie ondernomen.
Ook zien wij te allen tijde streng toe op het naleven van richtlijnen die zijn opgesteld in samenspraak met onafhankelijke organen in het Rotterdamse en landelijke studentenleven. Deze richtlijnen betreffen o.a. hygiëne, voeding en fysieke inspanning. Wij betreuren het dat na afwijzing van bovenstaand artikel door het Rotterdams Dagblad, wegens het bevatten van onwaarheden, dit artikel alsnog als dergelijk eenzijdig verhaal is geplaatst. Hierdoor komt wederom het Nederlandse studentenleven onnodig in een negatief daglicht te staan. Bij deze zijn wij van mening genoeg gezegd te hebben over deze kwestie.
Thomas Faay,
h.t Praeses S.S.R.-Rotterdam
Update
Ontgroeningsboekje van de S.S.R.-Rotterdam ’05: deel 1, deel 2, deel 3, deel 4, deel 4, deel 5, deel 6, deel 7, deel 8, deel 9, deel 10, deel 11